Bak
-
Gevangenis (in de bak zitten)
-
Werk (aan de bak komen, of juist niet 'hij komt niet aan de bak')
-
Auto ('mooie bak heb jij gekocht, buurman')
-
Grap ('wat een bak')
Gevangenis (in de bak zitten)
Werk (aan de bak komen, of juist niet 'hij komt niet aan de bak')
Auto ('mooie bak heb jij gekocht, buurman')
Grap ('wat een bak')