Verrassend, leerzaam, Amsterdams.
Feitjes Amsterdam
Mokums woordenboek

Ruzie, herrie en een klap

46 woorden

Bonje, heibel en hommeles. En als het uit de hand loopt: een hengst, een oplawaai of een pets voor je kanis.

Bakkeleien

ruzie maken zonder fysiek geweld, bekvechten

Baliekluiver

iemand die geen klap uitvoert, een nietsnut (maar dit is een typisch Utrechts woord)

Bombarie

veel drukte om niks maken, 'daar heb je Arie Bombarie'

Bonjedemper

ook: bonjedempers, bossie bonjedempers

bos bloemen, om een ruzie mee goed te maken

Daai

  1. diamant, edelsteen
  2. klap
  3. knikker

Dikke benen

drukte (je moet je geen dikke benen maken, 'maak je niet druk')

Hakketakken

  1. bits doen, kibbelen
  2. stamelen, niet goed uit je woorden komen

Hengst

  1. potente vent, een man die de vrouwtjes kan bekoren
  2. klap, knal

Hommeles

twist, herrie, ruzie, narigheid

IJlie

  1. drukte om niets, 'maak niet zo'n ijlie'
  2. kouwe kak

Jeile

ook: jeilie
  1. ophef, geschreeuw, herrie
  2. gedoe, narigheid

Kapsies

ook: kapsones
  1. het hoog in de bol hebben
  2. poeha, ophef, drukte maken

Kaskenade

druk maken om niks, ophef, dik doen, er meer van maken dan het is

Kijven

scheldend ruzie maken

Kissebissen

ook: klissebissen

bekvechten, ruziƫn, kibbelen

Matten

  1. vechten
  2. vlechten van rieten rugleunen

Mot

ruzie (mot met iemand hebben)

Pets

klap ('mot je een pets voor je kanis?')

Peut

  1. klap voor je kop
  2. terpentine (afbijtmiddel voor verf)

Poespas

veel drukte om niets, een hoop gedoe (eigenlijk: stampot met rijst)

Roering

ophef, publiciteit, opvallen

Roerom

drukte, stampij, poespas

Ros

  1. klap
  2. paard
  3. fiets (stalen ros)

Sodemieter

  1. oprotten (sodemieter op)
  2. pak slaag (pak op je sodemieter)

Spatsies

drukte maken, ophef veroorzaken maar ook: kapsies, zie aldaar

Wammes

  1. kleding of schoenen
  2. gezicht (klap op zijn wammes)